Wat is een implantaat?
Een implantaat is een kunstwortel, die in de kaak geplaatst wordt en in het bot vastgroeit. Implantaten zijn gemaakt van titanium en worden door het lichaam en het omringende bot zeer goed verdragen. Implantaten kunnen er uit zien als schroeven of als holle cilinders.

Implantaten zijn klein, hebben een doorsnede van 3,5 tot 4,1 mm, een lengte van 8 tot 16mm. Ze zijn dus ongeveer net zo groot als een natuurlijke tandwortel. Het plaatsen van 1 of meerdere implantaten heet implantatie.

Wanneer het bot voldoende aan de kunstwortel is vastgegroeid kan het implantaat dienen als basis voor een kroon. Het kan ook dienen als steun voor een gebitsprothese.


Implantatie in de tandheelkunde
Sinds mensenheugenis heeft de tandheelkunde geprobeerd verloren gegane tanden en kiezen zo natuurlijk mogelijk te vervangen. Het gaat niet alleen om fuctieherstel zoals het kauwen, spreken en lachen, maar ook om herstel van het uiterlijk. De natuur heeft een perfect kauwsysteem ontwikkeld dat nooit volledig door kunstmiddelen vervangen kan worden. Het plaatsen van kunstwortels (implantaten) in de kaak als pijler voor tandvervanging komt het meest in de buurt van de natuurlijke tandwortel. Het aanbrengen van implantaten gebeurt over het algemeen onder plaatselijke verdoving.

Vervanging van één enkele tand of kies

Als één enkele tand of kies ontbreekt, bijvoorbeeld door een ongeval, kan in de ontstane ruimte een implantaat worden geplaatst. Op dit implantaat wordt een kroon gezet. Deze behandeling biedt het grote voordeel dat de naburige tanden onaangetast blijven en niet hoeven te worden afgeslepen voor het plaatsen van een brug.
Beginsituatie. Het implantaat is geplaatst en een speciaal gevormd opzetstuk is aangebracht. Over het opzetstuk is een
kroon geplaatst.
Een brug op twee implantaten
Als er paar tanden of kiezen ontbreken zou er een gedeeltelijke prothese gemaakt kunnen worden (frame prothese). Het dragen van een frame wordt vaak als hinderlijk ervaren en is ook niet zo goed voor de nog aanwezige tanden en kiezen. Implantaten kunnen een aantrekkelijk alternatief zijn. Op de implantaten kan een brugconstructie gemaakt worden, precies zoals op natuurlijke tandwortels.
Beginsituatie. De implantaten zijn geplaatst en speciaal gevormde opzetstukken zijn  aangebracht. Over de opzetstukken is
een brug geplaatst.
Bij wie kunnen implantaten worden toegepast?
In principe kunnen implantaten bij iedereen die gezond is worden aangebracht, ongeacht de leeftijd. Er is echter wel een aantal voorwaarden waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen voor implantaten.
Deze voorwaarden zijn:
Er moet voldoende bot aanwezig zijn om implantaten in vast te laten groeien.
Wanneer nog eigen tanden of kiezen aanwezig zijn moet het rondom deze gebitselementen gezond zijn of gezond kunnen worden gemaakt.
Tot slot is een goede motivatie van de patiënt een absolute voorwaarde voor de behandeling met implantaten. Het is van belang de implantaten en de suprastructuur goed te blijven onderhouden. Goed onderhoud en goede mondhygiëne zijn essentieel voor het succes.
Hoe verloopt een behandeling?
Voordat implantaten worden aangebracht vindt uitgebreid vooronderzoek plaats. Er wordt bekeken of de algemene gezondheid goed is. Ook wordt, onder andere met behulp van röntgenfoto’s, de conditie van het kaakbot onderzocht. Er wordt bekeken welk implantaat geschikt is, hoeveel implantaten er nodig zijn en welke suprastructuur (opbouw) kan worden gemaakt.

De behandeling zelf verloopt in twee fasen.
De eerste fase is het plaatsen van één of meer implantaten. Eerst wordt plaatselijk verdoofd. Daarna wordt het tandvlees losgemaakt zodat het bot zichtbaar wordt. Vervolgens worden gaatjes in het bot geboord, waarna de implantaten in de opening getikt of geschroefd worden.
1 - Uitgangssituatie: plaats waar het implantaat komt
2 - Het tandvlees wordt losgemaakt
3 - Er wordt een gaatje in het bot geboord
4 - Het implantaat wordt erin aangebracht
5 - Het tandvlees wordt gehecht
Het tandvlees wordt tenslotte met hechtingen gesloten. Hoewel de behandeling zelf niet bijzonder belastend is, kan er kort na het inbrengen van de implantaten een lichte zwelling optreden, De napijn is in het algemeen gering. Hiervoor krijgt u zonodig een pijnstillend middel voorgeschreven. Meestal is het noodzakelijk na het aanbrengen van de implantaten, gedurende 1 à 2 weken, vloeibaar of zacht voedsel te gebruiken.

Na het aanbrengen van de implantaten volgt een ‘rustperiode’ van drie tot zes maanden. Het bot heeft in die tijd de gelegenheid aan de implantaten vast te groeien. Gedurende die maanden mogen de implantaten niet worden belast. Het is voor deze periode meestal mogelijk een tijdelijke voorziening (noodkroon, noodbrug of kunstgebit) te maken. Uw tandarts zal u hierover informeren.
Na de rustperiode volgt de tweede fase, waarin op de implantaten een suprastructuur wordt gemaakt in de vorm van een kroon, een brug of een overkappingsprothese. Meestal zal hiervoor onder plaatselijke verdoving eerst een klein stukje van het tandvlees boven het implantaat worden weggenomen.
6 - Een stukje tandvlees wordt weggenomen
7 - De suprastructuur, in dit geval een kroon,
     wordt op het implantaat geplaatst
Voor- en nadelen
Voordelen:
Implantaten bieden een oplossing in aanvulling op de traditionele tandheelkunde. Denk hierbij aan een niet goed functionerende onderprothese. Na de behandeling kan bijvoorbeeld het kauwen weer gemakkelijker worden.
Daarnaast kunnen kronen en bruggen op implantaten worden gemaakt. Dit zijn vastzittende in plaats van uitneembare vervangingen van verloren gegane tanden en kiezen.

Nadelen:
Een behandeling met implantaten is niet binnen een paar weken klaar.
De behandeling is kostbaar en wordt niet altijd vergoed door de ziektekostenverzekeraar.
De dagelijkse verzorging van de implantaten en de suprastructuur vergt veel aandacht, moeite en tijd en moet de rest van het leven worden volgehouden.

Misschien ook interessant voor u:

Mondhygiene   
Röntgenfoto's
Wortelkanaalbehandeling
Extractie
Kronen en bruggen